Je moet van me weten dat ik bij een vliegreis nooit eerder op mijn gemak ben, dan wanneer die vliegtuigstoel onder mijn kont zit. Dit dagje heeft dus wel een piekniveau op de stressmeter veroorzaakt.
Ik bel van op mijn kamer naar SN Brussel Airlines in Kinsjasa, met mijn GSM, want de telefoons in het hotel doen het niet… interessante bedenking daarbij is dat ik dus bel naar een bureau dat een paar straatblokken verder ligt dan mijn hotel, via Mobistar in België naar een nummer in Kinsjasa… qua kosten is dat niet mis, maar ik zag geen andere oplossing.
Je moet weten dat je op het vliegtuig, bij aankomst, een witte kaart krijgt die je moet invullen om je terugvlucht te bevestigen. Die kaart moet je bij het verlaten van de luchthaven ergens in een witte SN-Brussels-Airlines-bus deponeren. Door de VIP ontvangst heb ik nooit een witte bus gezien, en ik heb ik de kaart aan Pasteur D. gegeven. De dag nadien zie ik ze op zijn dashboard liggen. Ik herinner hem eraan dat hij de kaart moet binnen steken… “Pas de problème”, is het antwoord. Ja, daar gaan we weer.
Ik bemachtig dus het nummer van SN bij Gaetan aan de receptie… gelukkig heeft hij dat nummer…, want er zijn geen telefoonboeken! Ik ben al vlug in contact met iemand van SN. Blijkt dat ik bij hen kan inchecken tussen 11 en 17.30, en dan hoef ik maar twee uur op voorhand op de luchthaven te zijn, anders, bij inchecken op de luchthaven, zijn het er vier! Ik bel naar Pasteur D. “Pas de problème”, is weer het antwoord, “à midi, on ira porter tes bagages chez SN, tout est prévu, on a l’habitude”. Er wordt gesuggereerd dat ik daar niet noodzakelijk bij moet zijn, dat ik alleen mijn bagage en mijn papieren moet meegeven. Argwaan, wantrouwen, paranoia…! Ik zeg onmiddellijk dat ik meega.
De receptionisten hadden mij al gevraagt of Pasteur D. mij kwam halen, want de rekening moest betaald worden. Hij had al twee dagen iemand anders gestuurd om mij op te halen. Dit keer heeft hij J. gestuurd. Ik kom beneden en vraag hem vrolijk: “Alors, copain, t’as du frique sur toi, par ce que moi je ne paie pas un sous!.” En inderdaad, hij heeft weer zo’n een vuistdikke bundel met Kongolese Francs en Dollars… ‘t komt dus in orde. Ik moet terugkomen, zeggen mijn Kongolezen van het hotel. Ik denk zo bij mezelf, áls ik terugkom is het niet in dit hotel!
Oké, zo gezegd zo gedaan… ’s Middags vertrekken we met twee van mijn leerlingen naar SN… Het is een vrij lange rit naar het centrum van Kinsjasa… waar ik nog niet geweest ben. Het is weer een rit van de ene file naar de andere. File is hier een ander begrip dan bij ons. Hier schuift een file vooruit aan 5 km/uur! Er loopt allerlei volk te voet tussen de auto’s door. Op een afstand van vijf kilometer, moet je rekening houden met stopsituaties, veroorzaakt door defecte auto’s, die geduwd worden door enkele toevallige voorbijgangers of enkele van de vele passagiers, die in die auto zitten…
Onderweg hebben we ook het centrum van Kinsjasa doorkruist, waar de grote hotels, de multinationals en allerlei ambassades zitten. Die gebouwen zijn super streng bewaakt, politie in blauw, tot de tanden gewapend. Ik vraag aan mijn begeleiders, als het tot plunderingen enz. komt, aan welke kant de politie staat? Meestal aan de kant van wie dan aan de macht is, zeggen ze. Ik vraag ze of ze denken dat het hier mogelijk in ’t kort tot een gewapende revolutie zou kunnen komen. Het antwoord verschilt of ze al dan niet in gezelschap zijn. Als ik hun alleen heb, antwoorden er verschillende dat zulks best mogelijk is. Ik hoor bevestigingen dat er wat roert. Velen hebben er meer dan genoeg van, van de enorme corruptie, de fraude, de verduisteringen, enz. Er wordt mij bevestigd dat mijn ontvangstcomité bij aankomst, militairen in burger waren.
We komen ook voorbij de twee bekendste hotels (de enige die vermeld zijn op internet bij het zoeken van “best hotels” in Kinsjasa!), het Grand Hotel en de Memling. Mocht ik ooit terugkeren, dan is het zeker in één van deze! Hier kan je volgens mijn begeleider buiten gaan, alhoewel, altijd met een begeleider!
Het kantoor van SN (hier spreekt men trouwens nog altijd van Sabena, SN kent niemand!), is ondergebracht in een soort winkelgroep, beneden in een flatgebouw, aan de straatkant. Er hangt veel volk rond. Logisch, want hier komen heel veel, “kapitaalkrachtige” buitenlanders hun bagage inchecken. Iedere buitenlander met iets van een proper uiterlijk wordt hier meteen “patron” genoemd en dat maakt hem dan ook meteen de geldschieter van dienst.
Mijn valies wordt gewogen en voorzien van de bekende bagagestickers. Ik krijg een voorlopige boardingpass, die zal worden ingeruild tegen een definitieve, ná de douanecontrole op het vliegveld, deze avond. Er staat op geschreven dat ik om 18.50 uur op de luchthaven moet zijn.
Wanneer we buiten komen en terug in de auto willen stappen, wordt ik aangeklampt door een kind van vier of vijf jaar… “S’il vous plaît, monsieur… un euro, s’il vous plaît, s’il vous plaît, s’il vous plaît, s’il vous plaît”. Ik laat me snel in de auto vallen, terwijl ik zoiets mompel als “je doit partir…”. Een ietwat ouder kind is er ondertussen bijgekomen en klampt zich met zijn vingertoppen vast aan het raam, dat 1,5 centimer geopend is. “On ne dit pas à un enfant qu’on n’a pas le temps! S’il vous plaît un euro ! S’il vous plaît monsieur, s’il vous plaît, s’il vous plaît, s’il vous plaît.” J. is nog niet kunnen wegrijden, wegens geblokkeerd door andere voorbijschuivende auto’s. Ik kan het niet meer aanhoren, neem mijn geldbeugel, en laat een stuk van twee euro door de kier vallen. De ene raapt het stuk op en gaat er vandoor, de andere begint hartverscheurend te roepen “s’il vous plaît, s’il vous plaît…”. J. geeft gas en we zijn er vandoor. Het is een tijdje stil in de auto.